Belangrijkste vesting op de col waar de heirbaan van Clermont naar Puy-en-Velay
loopt.
Deze burcht was eigendom van de graven van de Auvergne, en later van
de Dauphins d'Auvergne. Zijn primitieve bouwwijze dateert uit het einde van de
11de eeuw. Hiermee is hij één van de oudste kastelen uit de streek.
De woonvertrekken staan rond een binnenplein. Versterkt met vijf torens. Er zijn
er nog 3 drie overgebleven. In de 13de eeuw is er een slottoren gebouwd op een
hoekwal.
De Engelsen veroverden de burcht in 1381. De bevrijding door maarschalken
Boucicaut en Sancerre volgde in 1393. De Schatbewaarder van de Bank van Frankrijk
in 1613, Antoine de Ribeyre, verkrijgt dit kasteel en actualiseert de bouwstijl.
Hij laat een grote inrijpoort bouwen, een trap in het gebouw, brede ramen worden
uitgekapt, waardoor voor het eerst het licht in deze donkere burcht binnen kon
vallen. Zuidelijk worden er twee tuinen aangelegd in de stijl van Le Nôtre.
De eerste met een groot, rond bassin, de tweede met een Renaissance-fontein van
Androuet du Cerceau. Generaal van Lattre de Tassigny, maarschalk van Frankrijk,
verbleef er in 1940, toen hij daar aan de oprichting werkte van een school voor
kaders in Opme.
De burcht is geplaatst op de monumentenlijst.
*